ECLI:NL:RVS:2022:2180
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernieuwing dakstellage kassahuisje valt onder bestemmingsplan en weigering vergunning onterecht
Rederij Lovers vroeg een omgevingsvergunning aan voor het vernieuwen van de dakstellage op een kassahuisje nabij de Leidsekade 94 in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning omdat de dakstellage niet in overeenstemming zou zijn met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand zou schenden.
De rechtbank verklaarde het beroep van Rederij Lovers ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat het kassahuisje inclusief de dakstellage met reclamebord al aanwezig was ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan "Zuidelijke binnenstad" en dat de vernieuwing van de dakstellage daarom onder artikel 29.2.5 van de planregels valt, die volledige vernieuwing toestaat zonder vergroting.
Verder concludeerde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte de dakstellage en het kassahuisje als twee losse bouwwerken had aangemerkt en dat het college het welstandsadvies ten onrechte niet had gevolgd. De Afdeling vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen, waarbij de omvang en positionering van de dakstellage gerespecteerd moeten worden. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de vergunning voor de dakstellage wordt toegestaan.