ECLI:NL:RVS:2022:2122
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing inreisverbod vreemdeling
Bij besluit van 20 juli 2020 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de vreemdeling af om het tegen haar uitgevaardigde inreisverbod op te heffen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 november 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich niet op nieuwe of fundamentele rechtsvragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming zouden dienen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van de griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.