ECLI:NL:RVS:2022:2118
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 december 2018 een verzoek van een vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen. Na een bezwaarprocedure werd dit besluit op 20 december 2021 opnieuw bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de staatssecretaris niet verplicht is de uitspraak van de rechtbank uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.