ECLI:NL:RVS:2022:2114
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Deze aanvraag werd op 5 november 2020 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan van rechtswege ontstaat en niet afhankelijk is van een besluit van de staatssecretaris, die niet bevoegd is om de ingangsdatum van het verblijfsrecht vast te stellen. Bovendien had de staatssecretaris op 14 maart 2022 een nieuwe aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.
Hierdoor oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de vreemdeling geen belang meer had bij het hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij het hoger beroep.