ECLI:NL:RVS:2022:21
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming vertrouwelijke AIVD-stukken in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft namens de AIVD vertrouwelijke onderliggende stukken van een individueel ambtsbericht overgelegd, met het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak hiervan kennisneemt.
De Afdeling heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de vreemdeling om alle relevante informatie te ontvangen en het belang van de nationale veiligheid. Het belang van de nationale veiligheid werd als zwaarder beoordeeld, omdat vrijgave van de stukken lopende en toekomstige onderzoeken van de AIVD zou kunnen belemmeren.
Daarom heeft de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming van de vertrouwelijke stukken toegewezen, waardoor alleen de Afdeling zelf kennis mag nemen van deze stukken. Dit besluit is genomen om het algemeen belang en de veiligheid te beschermen zonder de zorgvuldige behandeling van de zaak te schaden.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke AIVD-stukken wordt toegewezen; alleen de Afdeling mag deze stukken inzien.