ECLI:NL:RVS:2022:1994
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving in basisregistratie personen wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk om inschrijving in de basisregistratie personen (brp) op een adres in Harderwijk. Het college wees dit verzoek af omdat appellant geen rechtmatig verblijf had. Appellant had wel een aanvraag ingediend voor een artikel 9-document op grond van de Vreemdelingenwet 2000, maar deze aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het college ongegrond, stellende dat de aanvraag voor een artikel 9-document geen rechtmatig verblijf oplevert en dat het college moet uitgaan van de verblijfsrechtelijke informatie van de staatssecretaris. Appellant stelde in hoger beroep dat zij rechtmatig verblijf had vanaf het moment van de aanvraag tot het besluit op bezwaar, maar erkende dat het instellen van beroep tegen het bezwaar geen rechtmatig verblijf oplevert.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat procedureel rechtmatig verblijf bestaat tijdens de aanvraag om toetsing aan EU-recht, maar dat op het toetsmoment (9 maart 2021) het bezwaar reeds ongegrond was verklaard en deze beslissing inmiddels definitief is. Het college kon zich niet meer beroepen op twijfel aan de identiteit van appellant, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak omdat het ontbreken van rechtmatig verblijf doorslaggevend was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot inschrijving in de basisregistratie personen bevestigd wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.