ECLI:NL:RVS:2022:1851
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor balustrade in strijd met bestemmingsplan bevestigd
Appellant vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een balustrade als valbeveiliging op het dak van zijn bedrijfsgebouw in Egmond aan Zee. De balustrade zou 4,86 meter hoog zijn, terwijl het bestemmingsplan een maximale hoogte van 3 meter toestaat. Het college weigerde de vergunning omdat het bouwwerk zou leiden tot het gebruik van het dak als dakterras, wat ongewenst is vanwege de ligging naast tuinen van woningen en het risico op precedentwerking.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde eerdere besluiten van het college wegens onvoldoende motivering, met name omdat niet aannemelijk was dat de balustrade als dakterras zou worden gebruikt. Na herhaalde besluiten handhaafde het college de weigering met aanvullende motivering, waarbij het stelde dat de balustrade niet noodzakelijk is voor een extra vluchtroute en dat tijdelijke voorzieningen volstaan.
Appellant voerde aan dat de balustrade dient als valbeveiliging voor een extra vluchtroute die vanuit veiligheidsoverwegingen gewenst is. De Afdeling oordeelde dat het Bouwbesluit 2012 geen verplichting tot een extra vluchtroute oplegt en dat het dak feitelijk al als vluchtweg kan worden gebruikt via een Frans balkon. De balustrade zou het gebruik van deze route veiliger maken, maar is niet noodzakelijk.
De Afdeling vond dat het college terecht meer gewicht heeft toegekend aan het handhaven van de maximale bouwhoogte en het voorkomen van precedentwerking dan aan het belang van appellant bij het realiseren van de balustrade. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van het college om de omgevingsvergunning voor de balustrade te verlenen.