ECLI:NL:RVS:2022:1809
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris uiterlijk 9 augustus 2022 een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat op het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek afgewezen en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de uitspraak van de rechtbank moet worden uitgevoerd.