ECLI:NL:RVS:2022:1809

Raad van State

Datum uitspraak
24 juni 2022
Publicatiedatum
24 juni 2022
Zaaknummer
202203734/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83, derde lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris uiterlijk 9 augustus 2022 een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat op het hoger beroep was beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek afgewezen en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de uitspraak van de rechtbank moet worden uitgevoerd.

Uitspraak

202203734/2/V1.
Datum uitspraak: 24 juni 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 7 juni 2022 in zaak nr. NL22.5882 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen beroep ingesteld bij de rechtbank.
Bij uitspraak van 7 juni 2022 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, bepaald dat de staatssecretaris uiterlijk op 9 augustus 2022 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en aan de vreemdeling een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat hij die termijn overschrijdt, met een maximum € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.       Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. De uitspraak van de rechtbank strekt er niet toe dat de staatssecretaris de gevraagde vergunning moet verlenen. Uitvoering van de uitspraak heeft daarom geen gevolgen die moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt. De voorzieningenrechter vindt verder van belang dat uitvoering van de uitspraak van de staatssecretaris geen onevenredige inspanning vergt.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G. Kamminga, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Kamminga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2022
941