Uitspraak
Datum uitspraak: 22 juni 2022
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
De burgemeester van Schiedam sloot op 18 oktober 2019 een woning wegens illegale prostitutie voor twee weken met spoedeisende bestuursdwang en verlengde dit tot drie maanden. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de spoedsluiting noodzakelijk en evenredig was, maar dat de verdere sluiting onevenredig was gezien de korte exploitatieperiode en de door de eigenaar getroffen maatregelen.
De burgemeester ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de sluiting proportioneel was vanwege de risico's en overlast. De Raad van State overwoog dat de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel afhankelijk is van de omstandigheden en dat de belangenafweging zorgvuldig moet plaatsvinden.
De Raad concludeerde dat de korte duur van de illegale exploitatie, de directe maatregelen van de eigenaar, en het ontbreken van aanwijzingen voor recidive de verdere sluiting onevenredig maken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de verdere sluiting van de woning onevenredig is.