ECLI:NL:RVS:2022:1734

Raad van State

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
202201662/3/V2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:45 AwbArt. 23 Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming vertrouwelijke stukken MIVD in hoger beroep tegen vreemdelingenbesluit

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) overhandigde op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak vertrouwelijke stukken met het verzoek dat alleen de Afdeling kennis zou mogen nemen van deze stukken.

De stukken betroffen een individueel ambtsbericht van de MIVD en waren gekwalificeerd als staatsgeheim. De MIVD stelde dat geheimhouding noodzakelijk is om de identiteit van bronnen te beschermen, de werkwijze van de dienst te waarborgen en lopende onderzoeken niet te schaden. De Afdeling voerde een belangenafweging uit tussen het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken en het algemeen belang bij geheimhouding.

De Afdeling concludeerde dat het belang van bescherming van bronnen en de werkwijze van de MIVD zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling. Daarom werd het verzoek tot beperking van kennisneming toegewezen, waardoor alleen de Afdeling de vertrouwelijke stukken mag inzien. Dit besluit draagt bij aan de effectieve taakuitvoering van de MIVD en de nationale veiligheid.

Uitkomst: Het verzoek van de MIVD tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen.

Uitspraak

202201662/3/V2.
Datum beslissing: 22 juni 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 18 februari 2022 in zaak nr. NL20.21675 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 18 februari 2022 in zaak nr. NL20.21675.
De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de MIVD) heeft, op verzoek van de Afdeling met toepassing van artikel 8:45 van Pro de Awb, de vertrouwelijke versie van gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft de onderliggende stukken van een individueel ambtsbericht van de MIVD van 2 juli 2020.
Overwegingen
1.       De MIVD heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       De stukken waar de Afdeling om heeft verzocht, zijn gekwalificeerd als 'staatsgeheim geheim/permanent'. De MIVD heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat geheimhouding van de stukken van fundamenteel belang is, omdat de MIVD voor een groot deel van zijn informatie afhankelijk is van bronnen. Op grond van artikel 23 Wet Pro op inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 moet het hoofd van de MIVD zorgdragen voor geheimhouding van bronnen waaruit gegevens afkomstig zijn. Als de MIVD niet zorgvuldig omgaat met zijn bronnen en de daaruit verkregen informatie, dan zou dat de effectieve taakuitoefening van de MIVD sterk bemoeilijken of frustreren. Ook kan het lopende onderzoeken schaden. Kennisneming van de geheime stukken geeft bovendien inzicht in de werkwijze van de MIVD, die bescherming verdient. Verstrekking van de gegevens zou daarom de nationale veiligheid kunnen schaden.
4.       De Afdeling heeft kennisgenomen van de geheime stukken. Naar het oordeel van de Afdeling weegt de bescherming van de door de MIVD geraadpleegde bronnen en afscherming van de gehanteerde werkwijze zwaarder dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken. De Afdeling neemt hierbij onder meer in aanmerking dat als de stukken worden vrijgegeven, er inzicht wordt verschaft in de identiteit en activiteiten van een bron en in de werkwijze van de MIVD en dan met name de omgang met bronnen. Hierdoor kunnen de effectieve taakuitvoering en lopende onderzoeken van de MIVD worden bemoeilijkt of geschaad.
5.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2022
897