ECLI:NL:RVS:2022:1558
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onterecht opgelegde aansprakelijkheid voor verkeerd aangeboden afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een bedrag van €126,00 op wegens het verkeerd aanbieden van een doos met huishoudelijke afvalstoffen naast een papiercontainer, op grond van de Afvalstoffenverordening 2010. Appellant betwistte dat hij de doos verkeerd had aangeboden en stelde dat hij de spullen op 18 oktober 2021 correct bij het grofvuil had aangeboden, met toestemming van zijn schoonmoeder die een grofvuilafspraak had gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert het bewijsvermoeden dat degene tot wie afvalstoffen zijn te herleiden als overtreder wordt beschouwd, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant onderbouwde zijn stelling met een e-mail van de gemeente als bevestiging van de grofvuilafspraak en een gedetailleerde toelichting over de situatie.
De Raad achtte het aannemelijk dat appellant de afvalstoffen correct had aangeboden en niet degene was die de doos naast de papiercontainer had geplaatst. Het college had appellant ten onrechte als overtreder aangemerkt en het besluit op bezwaar had ten onrechte niet tot herroeping geleid. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd bepaald dat reeds betaalde kosten terugbetaald moeten worden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang en kostenoplegging aan appellant wordt vernietigd en herroepen.