ECLI:NL:RVS:2022:1538
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Weigering verstrekking adresgegevens kinderen aan ouder zonder gezag
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend weigerde op 11 juli 2019 een ouder een uittreksel uit de basisregistratie persoonsgegevens te verstrekken met de adresgegevens van zijn minderjarige kinderen. Het verzoek was gedaan omdat de ouder zijn kinderen al een jaar niet had gezien. Het college wees het verzoek af vanwege een geheimhouding van de gegevens door de moeder en omdat de ouder het verzoek niet in zijn hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordiger had gedaan, maar als derde.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van de ouder tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep betoogde de ouder onder meer dat de rechtbank zijn recht op toegang tot de rechter had beperkt, dat het college ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt, en dat de weigering in strijd was met het EVRM, de AVG en het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het college als derde had aangemerkt en dat de vereiste toestemming van de moeder ontbrak.
De Raad van State verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van een administratief afgeboekt beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de weigering niet in strijd is met het EVRM, de AVG of het evenredigheidsbeginsel en dat het college geen ruimte heeft om belangen af te wegen bij de verstrekking van uittreksels uit de basisregistratie persoonsgegevens.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het college om een uittreksel met adresgegevens van de kinderen te verstrekken wordt bevestigd.