ECLI:NL:RVS:2022:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding na onrechtmatige bewaring en vernietiging uitspraak rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 12 april 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. Op 2 mei 2022 verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtsvraag over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije in eerdere uitspraken was beantwoord en dat de grief van de vreemdeling slaagde.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van € 2.200,00 over de periode van 12 april tot en met 3 mei 2022. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.277,00. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en kent de vreemdeling een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring.