ECLI:NL:RVS:2022:152
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek registratie briefadres wegens ontbreken woonadres en weigering verblijfplaats te verstrekken
Appellant vroeg op 5 april 2019 een briefadres aan bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een DigiD aan te vragen. Zij stond sinds 2006 ingeschreven op een woonadres in Utrecht, maar gaf aan daar geen post te kunnen ontvangen en elders te verblijven zonder te willen zeggen waar. Het college wees het verzoek af omdat een briefadres alleen kan worden toegekend als men geen woonadres heeft. Appellant verstrekte geen informatie over haar verblijfplaats, waardoor het college niet kon vaststellen dat zij geen woonadres had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd. De Afdeling oordeelde dat het adresonderzoek door het college een gerechtvaardigde en proportionele maatregel is, voorzien bij wet en noodzakelijk voor betrouwbare registratie in de basisregistratie personen (brp). Het belang van juiste registratie weegt zwaarder dan het privacybelang van appellant.
Er is geen ruimte voor een belangenafweging of toepassing van de hardheidsclausule bij het besluit om een briefadres toe te kennen. Appellant kon niet aantonen dat zij feitelijk geen woonadres had en had ook geen informatie verstrekt over haar verblijfplaats. De Afdeling bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om registratie op een briefadres wordt afgewezen.