ECLI:NL:RVS:2022:1503
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake vaststelling kinderopvangtoeslag 2015
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2015 door de Belastingdienst/Toeslagen, die aanvankelijk het recht op toeslag op nihil stelde en terugvordering van voorschotten oplegde. Na bezwaar en beroep stelde de Belastingdienst het recht op toeslag uiteindelijk vast op € 11.910,00, een bedrag hoger dan de door appellant gemaakte kosten van € 10.298,00.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn partner meer uren had gewerkt dan door de Belastingdienst was aangenomen. In hoger beroep stelde appellant dat hij en zijn partner fulltime werkten, maar de Belastingdienst herzag de toeslag en erkende dat appellant recht had op een hoger bedrag, dat bovendien niet meer zal worden herzien.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep omdat de Belastingdienst het bezwaar volledig heeft gehonoreerd en het uitgekeerde bedrag niet zal worden teruggevorderd. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.