Uitspraak
Datum uitspraak: 25 mei 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
In deze zaak staat centraal of basisschool Al Islaah, ressorterend onder het bevoegd gezag van Stichting Islamitische Scholen El Amal, terecht als zeer zwak is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs. Na eerdere beoordelingen in 2008 en 2016 waarbij de school zeer zwak werd bevonden, concludeerde de inspectie in 2018 opnieuw dat er geen duurzame kwaliteitsverbetering was gerealiseerd. Het oordeel was gebaseerd op onvoldoende scores op leerresultaten en onderwijsproces.
De kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 10a van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de bijbehorende regelgeving, waaronder de Regeling leerresultaten PO 2014 en Bijlage D. De inspectie had de leerresultaten beoordeeld over drie schooljaren, maar verlengde de beoordelingsperiode niet naar vijf schooljaren zoals wettelijk voorgeschreven bij kleine cohorten, maar naar vier schooljaren en betrok daarbij ook een zevende leerjaar cohort. Dit is in strijd met de wettelijke bepalingen die voorschrijven dat de periode van schooljaren moet worden verlengd, niet het aantal cohorten.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het bezwaar van El Amal ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de inspectie en de rechtbank onjuist hebben gehandeld door de beoordelingsperiode niet correct toe te passen. Hierdoor kon het besluit dat de school zeer zwak is, niet standhouden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en herroept het inspectierapport. Tevens veroordeelt zij de Inspecteur-generaal van het Onderwijs tot vergoeding van de proceskosten van El Amal. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit dat basisschool Al Islaah zeer zwak onderwijs biedt wordt vernietigd vanwege onjuiste toepassing van de beoordelingsregels voor leerresultaten.