ECLI:NL:RVS:2022:1430
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening vergoedingen rechtsbijstand wegens onjuiste samenhangsbeoordeling
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen besluiten van de raad voor rechtsbijstand die de vergoedingen voor verleende rechtsbijstand in drie strafzaken herzien hadden vastgesteld. De drie zaken betroffen afzonderlijke dagvaardingen met verschillende feiten, die gelijktijdig bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch werden behandeld.
De raad stelde aanvankelijk vergoedingen per zaak vast, maar wijzigde deze later naar een gecombineerde vergoeding voor samenhangende zaken. De advocaat voerde aan dat de zaken niet naar hun aard verknocht zijn, omdat de feiten en verweren verschillen. De rechtbank oordeelde echter dat de zaken samenhangend zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het begrip 'verknocht' in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand een eigen uitleg kent, waarbij inhoudelijke samenhang vereist is. De Afdeling oordeelde dat de zaken geen inhoudelijke samenhang vertonen, omdat de strafbare feiten verschillen en de persoonlijke omstandigheden niet tot dezelfde problematiek leiden.
Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de besluiten van de raad en veroordeelt de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De advocaat krijgt daarmee alsnog vergoeding per afzonderlijke zaak toegekend.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt vernietigd omdat de zaken niet naar hun aard verknocht zijn en de advocaat krijgt vergoeding per afzonderlijke zaak toegekend.