ECLI:NL:RVS:2022:1406
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperkte kennisneming geheime stukken MIVD in VGB-zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen de weigering van de minister van Defensie om een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) niveau C te verstrekken en tegen het intrekken van de VGB niveau B. De minister overhandigde twee geheime stukken, waaronder een veiligheidsonderzoek van de MIVD en een melding aan de MIVD, en verzocht op grond van artikel 8:29 Awb Pro dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis zou mogen nemen van deze stukken.
De Afdeling voerde een belangenafweging uit tussen het belang van appellant om alle relevante informatie te ontvangen en het belang van de bestuursrechter om de zaak zorgvuldig te beoordelen, tegenover het belang van de nationale veiligheid, de bescherming van bronnen en de werkwijze van de MIVD. Gezien het fundamentele belang van geheimhouding voor de effectieve taakuitoefening van de MIVD en het risico op schade aan lopende onderzoeken en de nationale veiligheid, oordeelde de Afdeling dat het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees het verzoek van de minister toe en bepaalde dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de geheime stukken. Dit vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige geheimhoudingskamer op 13 mei 2022.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek van de minister toe en bepaalt dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de geheime stukken.