ECLI:NL:RVS:2022:1405
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening tegen besluiten handhaving en soortenontheffing Wet natuurbescherming
De Stichting Flora & Faunabescherming verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen te treffen tegen besluiten van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland betreffende handhaving en een soortenontheffing onder de Wet natuurbescherming. Deze verzoeken volgden op eerdere afwijzingen en beroepen die reeds door de voorzieningenrechter waren behandeld en afgewezen.
De Stichting voerde drie hoofdgronden aan: vermeende strijd met voorschriften over compensatiegebieden, ongeschiktheid van met zand belaste gebieden als leefgebied, en het ontbreken van ontheffing voor een specifieke strook grond. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze gronden onvoldoende nieuwe feiten bevatten die een herhaald verzoek rechtvaardigen en dat de beoordeling van de standpunten in de bodemprocedure moet plaatsvinden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de compensatieverplichtingen in 2019 naar het oordeel van het college en op basis van de stukken waren nageleefd, dat de met zand belaste gebieden op korte termijn worden hersteld, en dat de aangevoerde strook reeds in eerdere procedures is betrokken zonder nieuwe feiten. Daarom zag de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van voorlopige voorzieningen en wees de verzoeken af.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten die een herhaald verzoek rechtvaardigen.