ECLI:NL:RVS:2022:1378
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning schadevergoeding na onrechtmatige bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 31 maart 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtsvraag over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije slaagt, zoals ook bevestigd in eerdere uitspraken van 4 mei 2022. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Wel werd de vreemdeling een schadevergoeding van €3.500 toegekend over de periode van 31 maart tot en met 4 mei 2022. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.277, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €3.500 toegekend.