ECLI:NL:RVS:2022:1336
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan rechtsbijstand verleend door een derde.
Deze beslissing biedt de vreemdeling bescherming tegen uitzetting gedurende de procedure en erkent de noodzaak van vergoeding van de gemaakte proceskosten in verband met het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.