ECLI:NL:RVS:2022:1287

Raad van State

Datum uitspraak
3 mei 2022
Publicatiedatum
4 mei 2022
Zaaknummer
202202652/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opschorting uitvoering rechtbankuitspraak mvv-aanvraag vreemdelingen

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 oktober 2020 een aanvraag van twee vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag op 19 april 2022 het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht om binnen twee weken de mvv te verlenen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen die de uitvoering van de rechtbankuitspraak opschort. De voorzieningenrechter besloot bij wijze van ordemaatregel de werking van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn voor het indienen van grieven nog niet verstreken was, waardoor de opschorting gerechtvaardigd is. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 3 mei 2022.

Uitkomst: De uitvoering van de uitspraak van de rechtbank Den Haag wordt opgeschort totdat het hoger beroep van de staatssecretaris is beslist.

Uitspraak

202202652/2/V3.
Datum uitspraak: 3 mei 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 19 april 2022 in zaak nr. 21/3835 in het geding tussen:
[vreemdeling A] en [vreemdeling B]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 9 oktober 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 21 juli 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om de vreemdelingen binnen twee weken na verzending van de uitspraak de gevraagde mvv te verlenen.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. Alleen al omdat de termijn voor het indienen van grieven in dit geval nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat die termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de werking van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 19 april 2022 in zaak nr. 21/3835, wordt opgeschort zolang geen uitspraak is gedaan op het verzoek van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2022
873