ECLI:NL:RVS:2022:1230
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning uitweg wegens verkeersveiligheid
Appellante vroeg een omgevingsvergunning aan voor het aanleggen van een uitweg bij haar woning om haar auto te parkeren. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle verleende aanvankelijk de vergunning, maar herzag dit na bezwaren van omwonenden en weigerde de vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het college in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging heeft uitgevoerd, zoals vereist volgens artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het bestemmingsplan was niet relevant voor de vergunningverlening. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college zich redelijkerwijs kon baseren op verkeerskundig advies dat het aanleggen van de uitweg het veilig en doelmatig gebruik van de weg zou aantasten, mede door de ligging in een bocht, beperkte zichtbaarheid, een naastgelegen steeg en een nabijgelegen speeltuin.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van appellante niet vergelijkbaar was met andere uitwegen in de straat, die niet dezelfde combinatie van risicofactoren vertoonden. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor het aanleggen van de uitweg wegens aantasting van de verkeersveiligheid.