ECLI:NL:RVS:2022:1205
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.W. van de Gronden
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot optreden tegen belemmering openbare weg door begroeiing en objecten
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leudal om op te treden tegen de belemmering van een zijweg door begroeiing en objecten aan de zijde van partijen. Het college wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de weg onvoldoende breed is en dat de belemmering in strijd is met artikel 2.10 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Leudal. Hij bracht een contra-expertise in die stelde dat de verharding van de weg te smal is voor landbouwvoertuigen van drie meter breed en dat obstakels en begroeiing de weg belemmeren. Het college stelde dat de weg nog voldoende toegankelijk is en dat de begroeiing adequaat wordt onderhouden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de weg, hoewel op sommige punten krap, nog bruikbaar is voor landbouwvoertuigen met een breedte van drie meter, mits de begroeiing tot een halve meter van de rijbaan wordt teruggesnoeid en obstakels worden verwijderd. Omdat het college aan partijen had opgedragen dit te doen en dit was uitgevoerd, was er geen grond voor het oordeel dat het college onrechtmatig had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.