ECLI:NL:RVS:2022:1189
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid in algemene zin wordt verricht en beoordeeld. Hierdoor kon de bestuursrechter niet effectief toetsen of het besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was. Dit leidde tot het slagen van de eerste grief van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 maart 2020. De staatssecretaris moet opnieuw op de aanvraag beslissen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen en proceskosten vergoeden.