ECLI:NL:RVS:2022:1176
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 14 maart 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak is gedaan op 21 april 2022 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De beslissing beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de procedure van het hoger beroep en waarborgt haar recht op opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.