ECLI:NL:RVS:2022:1175
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 9 september 2021 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die dit beroep op 18 november 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië, zoals behandeld in eerdere uitspraken van 13 april 2022, ook in deze zaak van toepassing is en dat de grief van de vreemdeling slaagt.
Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van 9 september 2021 om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.