ECLI:NL:RVS:2022:1070
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toevoeging rechtsbijstand executie dwangsommen
De appellant verzocht de raad voor rechtsbijstand om een toevoeging voor rechtsbijstand voor de executie van dwangsommen die waren verbeurd wegens het niet-nakomen van een omgangsregeling. De raad wees dit verzoek af omdat de advocaat van appellant niet was ingeschreven op het vereiste rechtsgebied personen- en familierecht. De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het recht op toegang tot de rechter werd geschonden door de eis van specialisatie en dat het rechtsbelang zich uitsluitend richtte op de executie van dwangsommen, los van het onderliggende familierechtelijke geschil. De Afdeling oordeelde dat het recht op een advocaat met de juiste specialisatie niet absoluut is, maar dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom bij de executie van dwangsommen de specialisatie personen- en familierecht vereist is.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad, en bepaalde dat de raad binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor de zitting bij de Afdeling.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt vernietigd en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de toevoeging rechtsbijstand.