ECLI:NL:RVS:2022:1065
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over terugvordering bijzondere bekostiging bij schoolfusie zonder leerlingovergang
De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs wijzigde en vorderde terug bijzondere bekostiging van basisschool De Schoener vanwege de samenvoeging met basisschool 't Meetje. De minister stelde dat de aanspraak op bekostiging verviel omdat op de fusiedatum geen enkele leerling van 't Meetje naar De Schoener was overgegaan, wat volgens hem vereist is voor samenvoeging.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de stichting gegrond en vernietigde het besluit van de minister, omdat de Regeling 2015 geen definitie van samenvoeging bevat en het vereiste van leerlingovergang niet als voorwaarde aan de subsidieverlening kan worden verbonden.
De Raad van State oordeelt echter dat de uitleg van samenvoeging moet aansluiten bij het normale spraakgebruik en het stelsel van de Wet op het primair onderwijs. Omdat op de fusiedatum geen leerlingen zijn overgegaan, is geen sprake van samenvoeging in de zin van de wet en regeling, en is de minister bevoegd de bekostiging te wijzigen en terug te vorderen.
De stichting had moeten weten dat de subsidievaststelling onjuist was en dat terugvordering mogelijk was. De minister heeft bovendien rekening gehouden met de belangen van de stichting door het terug te vorderen bedrag te beperken en een terugbetalingsregeling toe te zeggen. Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast wijst de Raad van State het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe en veroordeelt de Staat tot betaling van € 500,- en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijzondere bekostiging door de minister bevestigd.