ECLI:NL:RVS:2022:1010
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en beoordeling hoger beroep zorgtoeslag toeslagpartner
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over het voorschot zorgtoeslag 2020 ongegrond verklaarde.
Appellante had gemachtigde A gemachtigd haar zaak te behartigen, maar deze werd bij de rechtbankzitting niet gehoord doordat hij ten onrechte niet werd toegelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat hierdoor artikel 8:56 Awb Pro is geschonden en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling beoordeelt vervolgens zelf het beroep inhoudelijk en oordeelt dat de Belastingdienst terecht gemachtigde A als toeslagpartner heeft aangemerkt op grond van het huwelijk en de toepasselijke fiscale wetgeving, ondanks dat zij niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en appellante krijgt haar betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de toeslagpartnerstatus van gemachtigde A wordt bevestigd.