ECLI:NL:RVS:2021:960
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering omgevingsvergunning aanlegsteiger
Appellante wilde een omgevingsvergunning voor de realisatie van een loopbrug en aanlegsteiger tegenover een locatie in Krimpen aan de Lek. Het college van burgemeester en wethouders weigerde aanvankelijk de vergunning vanwege het niet ondertekenen van een planschadeovereenkomst. Na procedures en hernieuwde belangenafweging verleende het college uiteindelijk de vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk omdat zij geen belang meer had bij de beoordeling van het beroep, nu de vergunning was verleend. Appellante stelde dat zij nog wel belang had vanwege omgevingsvergunningen aan omwonenden en mogelijke bezwaren die haar gebruik van de ligplaats zouden kunnen belemmeren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht geen tweede zitting hield en het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Appellante kon niet aantonen dat zij een brief had verzonden waarin zij om een tweede zitting vroeg. Bovendien had zij met het verkrijgen van de vergunning bereikt wat zij beoogde. De Afdeling benadrukte dat de beoordeling van de vergunningen van omwonenden in andere procedures kan plaatsvinden, waarbij zij recht hebben op hoor en wederhoor.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep is ongegrond verklaard.