ECLI:NL:RVS:2021:928
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar voor nationale veiligheid
De vreemdeling, die bij geboorte zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit verkreeg, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 11 september 2017 ongewenst verklaard wegens deelname aan een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. De vreemdeling had niet binnen de gestelde termijn beroep ingesteld, maar dit werd geacht te zijn gedaan bij kennisgeving aan de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk is en dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, mede vanwege zijn aansluiting bij ISIS en strafrechtelijke veroordeling voor deelname aan terroristische activiteiten. De vreemdeling verbleef in detentie en had zich vrijwillig naar Syrië begeven, waardoor zijn banden met Nederland ernstig waren gerelativeerd.
De klacht dat de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM Pro vormt, faalde omdat het belang van nationale veiligheid en internationale betrekkingen zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling. Ook de klacht over overschrijding van de redelijke termijn werd verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de ongewenstverklaring van de vreemdeling wegens gevaar voor de nationale veiligheid.