ECLI:NL:RVS:2021:888
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vermindering kostenverhaal spoedeisende bestuursdwang na asbestbrand bij melkveehouderij
Op 2 mei 2018 heeft een brand gewoed in de veestal en opslagschuur van een melkveehouderij te Hazerswoude-Dorp, waarbij asbest vrijkwam en zich verspreidde over de woonwijk. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn heeft daarop spoedeisende bestuursdwang toegepast om het asbest te inventariseren en te verwijderen. De kosten hiervan werden op de eigenaar, appellant, verhaald.
Appellant betwistte niet de overtreding van artikel 17.1 van de Wet milieubeheer, maar stelde dat het college hem ten onrechte geen begunstigingstermijn gaf om de sanering vanaf 8 mei 2018 zelf uit te voeren. Ook voerde hij aan dat de kosten van latere saneringswerkzaamheden door een ander bedrijf niet op hem verhaald konden worden.
De Raad van State oordeelde dat de spoedeisendheid van de bestuursdwang ook na 8 mei 2018 voortduurde, zodat appellant als overtreder kon worden aangemerkt en de kostenverhaalregeling van toepassing bleef. Echter, voor de sanering die later plaatsvond op basis van een aparte melding en die niet spoedeisend was, had het college een nieuwe last met begunstigingstermijn moeten opleggen. Daarom werd het kostenverhaal voor deze werkzaamheden verminderd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover de kosten van deze latere werkzaamheden werden verhaald en stelde het te verhalen bedrag vast op € 298.932,91. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het kostenverhaal van de spoedeisende bestuursdwang wordt verminderd met de kosten van latere niet-spoedeisende saneringswerkzaamheden.