ECLI:NL:RVS:2021:880
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling actueel gevaar voor openbare orde bij weigering verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en twee vreemdelingen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel en de opgelegde terugkeerbesluiten en inreisverbod.
De rechtbank had de besluiten vernietigd vanwege onvoldoende motivering van het gevaar voor de openbare orde door vreemdeling 1, die had verklaard te hebben gewerkt bij de Algemene Veiligheidsdienst in Bagdad en werd verdacht van het faciliteren van martelingen. De staatssecretaris had een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat vreemdeling 1 een actueel en ernstig gevaar vormt. De handelingen van vreemdeling 1 worden als uitzonderlijk ernstig aangemerkt, mede vanwege het ontbreken van berouw en het bagatelliseren van zijn rol.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdelingen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het terugkeerbesluit en inreisverbod niet in stand zijn gelaten. Deze rechtsgevolgen blijven gehandhaafd. Het besluit van 6 oktober 2020 wordt vernietigd omdat het voortvloeit uit de vernietigde uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod tegen vreemdeling 1 blijven in stand wegens een actueel en ernstig gevaar voor de openbare orde.