ECLI:NL:RVS:2021:876
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 7 januari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 19 maart 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie een voorlopige voorziening passend is. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2021. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen; de griffier tekende namens hem.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.