ECLI:NL:RVS:2021:812
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 januari 2021 het verzoek van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 29 maart 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot op 20 april 2021 dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, begroot op €534,00.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling in afwachting van de uitspraak in hoger beroep worden beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet en krijgt opvang totdat het hoger beroep is beslist; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.