ECLI:NL:RVS:2021:810
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toegang tot Schengengebied ondanks registratiegeschil
De vreemdeling kreeg bij besluit van 10 augustus 2020 de toegang tot het Schengengebied geweigerd. Hij stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 september 2020 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Schengengrenscode vereist dat een weigering van toegang moet worden opgenomen in een register of lijst om geldig te zijn. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat registratie een vereiste was, en dat het ontbreken van een afschrift van inschrijving niet leidde tot onrechtmatigheid van de weigering.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de bewijslast bij de vreemdeling had gelegd, omdat het aan de rechter is om de toepasselijke rechtsregels te beoordelen. Desalniettemin bevestigde de Raad dat registratie weliswaar verplicht is volgens artikel 14, zesde lid, van de Schengengrenscode, maar dat deze registratie niet vereist is voor de geldigheid van de weigering zelf. De weigering is onmiddellijk van toepassing zonder registratievereiste.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met een verbetering van de motivering. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van toegang tot het Schengengebied bevestigd.