ECLI:NL:RVS:2021:787
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- D.A. Verburg
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsombesluit wegens onvoldoende motivering en bevestiging gewijzigde dwangsom
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant legde aan Chijnsgoed en anderen een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet milieubeheer. Chijnsgoed en anderen stelden dat de dwangsom te hoog was en onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak vast dat de motivering van de dwangsom onvoldoende was en gaf het college opdracht dit te herstellen.
Het college handhaafde vervolgens het besluit met een gewijzigde motivering en een aangepaste dwangsom van €450 per ton verkeerd geregistreerde afvalstoffen, met een maximum van €281.250. Chijnsgoed en anderen voerden aan dat deze wijziging onvoldoende was en wezen op lagere dwangsommen in andere gevallen en beleidsdocumenten.
De Afdeling oordeelde dat het college de dwangsom voldoende had gemotiveerd, dat de hoogte in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang en dat de koppeling aan het aantal ton afvalstoffen een verbetering was ten opzichte van het eerdere bedrag. Het beroep tegen het herstelbesluit werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Chijnsgoed en anderen. De Afdeling kon niet terugkomen op haar eerdere oordeel over de aanwezigheid van de overtreding, aangezien geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangevoerd.
Uitkomst: Het beroep tegen het herstelbesluit is ongegrond verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.