ECLI:NL:RVS:2021:776
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor omzetten veehouderij naar opfokgeitenbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Uden weigerde op 11 april 2018 een omgevingsvergunning aan appellante voor het omzetten van haar gemengde veehouderij met varkens en zoogkoeien naar een bedrijf met opfokgeiten. Appellante had op 15 december 2016 de aanvraag ingediend. De weigering was gebaseerd op de beslissing dat een milieueffectrapport moest worden opgesteld volgens artikel 7.17 van de Wet milieubeheer.
Appellante stelde dat het college had moeten beslissen op het moment dat de beslistermijn was verstreken en dat er toen nog geen moratorium gold op uitbreiding van geitenhouderijen. Ook voerde zij aan dat de uitstoot van fijnstof, geur en geluid aanzienlijk zou zijn verminderd bij vergunningverlening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de weigering van de vergunning niet was gebaseerd op het moratorium maar op de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport. Het college had de aanvraag terecht afgewezen. De overschrijding van de beslistermijn tast de rechtmatigheid van het besluit niet aan en appellante had rechtsmiddelen om tijdig beslissen af te dwingen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel was onvoldoende geconcretiseerd en faalde eveneens.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.