ECLI:NL:RVS:2021:764
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak over van rechtswege verleende omgevingsvergunning na overschrijding beslistermijn
Coltavast heeft op 6 maart 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de verbouwing van een voormalig woon-zorgcomplex in Utrecht. De beslistermijn voor het college liep op 4 augustus 2020 af, maar het college stelde de termijn meerdere keren uit en schortte deze op grond van vermeende overmacht en vertraging aan Coltavast.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van overmacht of vertraging aan de zijde van Coltavast, waardoor de vergunning op 5 augustus 2020 van rechtswege was verleend. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad van State benadrukte dat overmacht slechts kan worden aangenomen bij onvoorziene, abnormale omstandigheden buiten de risicosfeer van het bestuursorgaan, wat hier niet het geval was. Ook vertraging aan de zijde van Coltavast was niet aannemelijk. Het college had het overleg met Coltavast willen voortzetten, maar dit kon niet leiden tot opschorting van de beslistermijn zonder instemming van Coltavast.
De voorzieningenrechter deed met toepassing van artikel 8:86 van Pro de Awb onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak, waardoor een eerdere voorlopige voorziening kwam te vervallen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend op 5 augustus 2020 en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.