ECLI:NL:RVS:2021:73
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 13 augustus 2020 de aanvragen van meerdere vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 december 2020 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat zij niet uitgezet zouden worden voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie een voorlopige voorziening passend was.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet uitgezet mogen worden zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd op 15 januari 2021 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.