ECLI:NL:RVS:2021:694
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor uitbreiding pluimveehouderij ondanks bezwaren geur en gezondheid
Het college van burgemeester en wethouders van Montferland verleende op 23 juli 2018 een omgevingsvergunning voor het vervangen van een pluimveestal en uitbreiding van het aantal legkippen van 8.000 naar 22.500, inclusief een langdurige mestopslag. Appellanten, wonend op circa 200 meter afstand, maakten bezwaar vanwege geurhinder en mogelijke negatieve gezondheidseffecten.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. Appellanten voerden aan dat onduidelijkheid bestond over mestopslag en -bewerking, en dat de toename van fijnstof en geurhinder belangrijke nadelige milieugevolgen zou veroorzaken, waarvoor een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk was. Tevens werd gewezen op persoonlijke gezondheidsrisico's door Extrinsieke Allergische Alveolitis.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning duidelijk was omtrent mestopslag en dat geen mestbewerking was vergund. De emissies van geur, ammoniak en fijnstof waren adequaat beoordeeld met emissiefactoren. Uit wetenschappelijk onderzoek bleek geen statistisch significant verhoogd risico op longontsteking nabij pluimveehouderijen. De bijdrage aan fijnstof bleef ruim onder de norm en de vermeende persoonlijke gezondheidsrisico's rechtvaardigden geen MER.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid kon besluiten geen MER te vereisen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De vergunning blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de pluimveehouderij wordt bevestigd.