ECLI:NL:RVS:2021:692
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor verandering veldschuur naar bedrijfswoning in strijd met bestemmingsplan
Appellant A, eigenaar van een perceel in Zoetermeer met een veldschuur en agrarisch gebruik voor alpaca's en ruischapen, vroeg op 26 december 2016 een omgevingsvergunning aan om de veldschuur te veranderen in een bedrijfswoning. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op 14 februari 2017 en verklaarde het bezwaar ongegrond op 10 oktober 2018. De rechtbank bevestigde dit besluit op 8 april 2020, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college het besluit terecht toetste aan het bestemmingsplan "Noordelijk Plassengebied 2015", dat op het moment van het bezwaarbesluit van kracht was. Dit bestemmingsplan staat geen bedrijfswoning toe op het perceel omdat geen bouwvlak is toegekend, en de veldschuur slechts als zodanig is bestemd. Het college heeft bovendien in redelijkheid geoordeeld dat een bedrijfswoning niet noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, mede vanwege het beperkte aantal dieren en het ontbreken van een bedrijfsplan.
Appellant voerde aan dat het college de vergunning bewust blokkeerde door het nieuwe bestemmingsplan toe te passen, dat de woningbouw in het gebied wel is toegestaan, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Raad van State verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij de belangenafweging en dat de aangevoerde situaties niet vergelijkbaar zijn. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.