ECLI:NL:RVS:2021:561
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursdwangkosten Den Haag
Op 19 augustus 2019 trof een toezichthouder een doos naast een ondergrondse afvalcontainer in Den Haag aan en paste spoedeisende bestuursdwang toe door de doos te verwijderen. Het college van burgemeester en wethouders stelde op 22 augustus 2019 dit besluit op schrift en gaf aan de kosten te verhalen op appellant. Appellant maakte op 29 oktober 2019 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar op 10 december 2019 niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Appellant voerde aan dat het besluit niet correct was bekendgemaakt omdat het besluit onjuist was geadresseerd (woonplaats Den Haag in plaats van Zoetermeer) en dat hem een termijnverlenging was toegezegd. De Raad van State oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op het juiste adres was ontvangen, mede omdat het college geen deugdelijke verzendadministratie kon overleggen.
Hierdoor kon appellant niet worden geacht in verzuim te zijn geweest met zijn bezwaar. De Raad van State vernietigde het besluit op bezwaar en beval het college om opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen en proceskosten vergoeden.