ECLI:NL:RVS:2021:494
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking fiscale woonplaatsinformatie op grond van de Wob
Op 16 januari 2019 verzocht appellant de staatssecretaris van Financiën om openbaarmaking van documenten over het vaststellen van de fiscale woonplaats van belastingplichtigen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Bij besluit van 15 maart 2019 maakte de staatssecretaris een aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar, maar weigerde de openbaarmaking van bepaalde passages op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wob. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de geweigerde passages informatie bevatten over de wijze van controle door de Belastingdienst, terwijl deze slechts niet-openbare criteria zouden bevatten voor het vaststellen van de fiscale woonplaats. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de overgelegde documenten bestudeerd en is het met de rechtbank eens dat de passages inzicht geven in de controlewijze, waardoor de weigering terecht is.
Omdat het betoog van appellant faalt, komt de Afdeling niet toe aan de belangenafweging die appellant ook aanvoerde. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2020 wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking wordt bevestigd.