ECLI:NL:RVS:2021:445
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeur vanwege justitiële antecedenten
Appellant heeft een verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister voor Rechtsbescherming heeft de aanvraag geweigerd op grond van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 en het screeningsprofiel voor de taxibranche. Uit het Justitieel Documentatiesysteem (JDS) bleek dat appellant tussen 2001 en 2011 meerdere delicten heeft gepleegd, waaronder drugsdelicten, diefstallen, verkeersdelicten, fraude en vermogensdelicten. Ook recente veroordelingen wegens snelheidsovertredingen en onverzekerd rijden speelden een rol.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij snelheidsovertredingen en onverzekerd rijden een risico vormen voor de veiligheid van passagiers en andere weggebruikers. Daarnaast werd het subjectieve criterium toegepast waarbij de minister concludeerde dat het risico voor de samenleving zwaarder woog dan het belang van appellant bij verlening van de VOG. Appellant voerde aan dat snelheidsovertredingen in het bijzijn van passagiers konden worden uitgesloten en dat niet onherroepelijke veroordelingen niet mee mochten wegen, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De minister mag ook niet-onherroepelijke veroordelingen betrekken bij de beoordeling van zowel het objectieve als het subjectieve criterium. De risico’s van herhaling van snelheidsovertredingen in de functie van taxichauffeur zijn voldoende aannemelijk en vormen een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie. De belangenafweging rechtvaardigt de weigering van de VOG. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege het risico voor de samenleving door justitiële antecedenten.