ECLI:NL:RVS:2021:411
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 september 2020 de aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2021 hun beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten tegelijk om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdelingen niet uitgezet mogen worden zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak waarborgt dat de vreemdelingen tijdens de procedure niet worden uitgezet en recht hebben op opvang en verstrekkingen totdat de zaak inhoudelijk is beslist. De uitspraak werd gedaan op 25 februari 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgen opvang; staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.