ECLI:NL:RVS:2021:403
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar dat op 6 juli 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag op 18 februari 2021 het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de voorgenomen overdracht op 26 februari 2021 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en besloot daarom bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening te treffen. De voorgenomen overdracht werd geschorst totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende verzoek. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, en uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2021.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 26 februari 2021 blijft achterwege en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.