ECLI:NL:RVS:2021:3043
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor vreemdeling uit Westelijke Sahara
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 september 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De rechtbank had terecht gewezen op een eerdere uitspraak van de Raad van State waarin werd vastgesteld dat Marokko feitelijk gezag uitoefent in de Westelijke Sahara en dat personen uit dat gebied op grond van Marokkaanse wetgeving de Marokkaanse nationaliteit bezitten.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.