ECLI:NL:RVS:2021:3040
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat kennisgevingen mvv-aanvraag inwilligend besluit zijn en vernietiging dwangsom
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin werd geoordeeld dat de staatssecretaris niet tijdig een besluit had genomen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een Chinese vreemdeling. De rechtbank had een dwangsom van €1.442,00 opgelegd vanwege overschrijding van de beslistermijn.
De staatssecretaris had op 22 en 27 mei 2019 kennisgevingen gedaan waarin hij geen bezwaar maakte tegen de afgifte van de mvv, maar deze later op 28 januari 2020 introk en de aanvraag afwees. De rechtbank oordeelde dat deze kennisgevingen nog geen besluit vormden en dat de termijn voor besluitvorming was overschreden.
De Raad van State oordeelt echter dat de kennisgevingen van 22 en 27 mei 2019 een inwilligend besluit zijn conform artikel 2r, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en paragraaf B1/3.3.1 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De Nederlandse vertegenwoordiging is niet bevoegd een besluit te nemen, maar handelt op grond van de machtiging van de staatssecretaris. Daarmee is de beslistermijn niet overschreden en is de dwangsom ten onrechte opgelegd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.